Bokhoven in 1749

Let op: opent in een nieuw venster | Afdrukken |

In het zevende deel van het werk "Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden" Behelzende Het vervolg der beschrijvinghe van Holland. Uitgegeven te Amsterdam. Bij Isaak Tirion, 1749, staat op de bladzijden 285 en 286 het volgende over Bokhoven en zijn kasteel te lezen:

"Aan het Land van Heusden en twee uuren ten Zuidoosten van de Stad aan de Rivier de Maaze legt de Hooge en onafhankelijke Grondheerlijkheid van Bokhoven. Zij behoort niet tot Heusden, ja zelfs niet tot Holland, Gelderland, nog Staats-Brabant, maar tot het Prinsdom van Luik. Zij wordt van sommigen met den Naam van Graaffschap vereerd, hetzij omdat zij aan een tak van het Graaflijke Brabantsch geslagt van Immerzeel behoort of dat de Bezitter zich Graave van Immerzeel-Bokhoven noemt. Men kan er niet dan van Hedikhuizen, Engelen of Vlijmen naderen, dewijl het Land aan de andere kant bijna rondsom door Moeraslanden omvangen wordt. De Heerlijkheid bestaat in een Dorp en geweldig zwaar Kasteel. Het dorp is klein, maar de Kerk vrij groot met een spitsen Tooren, in welke de Roomschgezinden, gelijk hier alle Ingezetenen zijn, hunnen Godsdienst pleegen. Het Kasteel is van een zeer grooten omtrek, dog geheel door de Spaansche Oorlogen vervallen en ter bewoning onbekwaam. Men ziet er alleen grove Overblijffels van Toorens, Gewelfzelen en zeer dikke Muuren, die door de hoogte zig van vrij verre voor het oog opdoen. Rondsom is het met een breede Watergraft omvangen. De Voorburgt van het weleer pragtig Slot kan alleen noch tot verblijf der Bezitteren dienen en is ruim genoeg om hen te konnen huisvesten. Dit Gebouw heeft een zwaare Voorpoort met eenige zeskante spitse sierlijke Toorentjes, en ter weerzijden eenen langen uitgebouwden Vleugel van behuizinge, die wel onderhouden en met geene onaangenaame Tuinen versierd worden".