interpretatie erfenis
Ten overstaan van J. Calff, schepen en loco secretaris is opgemaakt een staat en inventaris voor Martinus, Maria, Hendrik en Marjanne Deckers.Het betreft een inventarisatie van de erfenis van Jan Robbert Deckers (Bokhoven 8-12-1706 – Bokhoven 24-11-1772) en Helena van Dijck (geboorte onbekend – Bokhoven 13-1-1778). De inventaris is opgemaakt op 1 maart 1806 in Bokhoven. Waarom is zo lang gewacht met het opmaken van de akte waarmee de erfenis wordt verdeeld? In januari 1778 wordt kort na het overlijden van Helena van Dijck het huis waarin de ouders hebben gewoond toebedeeld aan de twee oudste kinderen: Arnoldus en Willem Deckers. Er zijn nog 3 kinderen minderjarig: Petronella is 12, Joanna Maria (Maria?) is 14 en Marianne is 17. Over hen wordt Martinus (oudste kind uit het tweede huwelijk, tesamen met Cornelis van Balkum voogd. Bij het overlijden wordt besproken dat alle eigendommen in gezamenlijkheid worden aangewend om de kinderen op te voeden. Dit zou in 1801 het geval zijn geweest. Op dat moment overlijdt de oudste zoon uit het tweede gezin: Peter Deckers. Zijn kinderen wonen ten noorden van het huis dat onder 1.1 genoemd wordt. Begin 1806 krijgt de oudste zoon van Peter Deckers zijn eerste kind. Dit gezin heeft mogelijk een huis nodig. Dit kan een reden zijn om de erfenis nader te verdelen. De discussie over de erfenis loopt al sinds januari van 1806 en is in gang gezet door Coenraad van Buren in huwelijk hebbend (dus echtgenoot van) Anna Maria Deckers. Hoe wordt de erfenis verdeeld? Het huis dat onder 1.1 genoemd wordt is al voor deze erfdeling (nl. twee weken na het overlijden van Helena van Dijck) aan de kinderen Arnoldus en Willem Deckers. Zij zijn de kinderen uit het eerste huwelijk van Jan Robbert Deckers met Maria Hoefbank. Deze beide kinderen zijn bij dit overlijden reeds tenminste 37 jaar oud. Het vermoeden bestaat daarom dat zij reeds lang daarvoor beschikten over deze woning. Het is moeilijk om te beoordelen over welke woning dit gaat. Het tweede huis in de erfdeling is de Moolenwerf. Deze gaat naar de gezamenlijke kinderen. In 1832 staat het huis en de erf op naam van Petronella Deckers. Welk huis het derde huis is kan nog niet worden achterhaald. Hoe de zaken die verder in de erfenis zijn vermeld worden verdeeld is op basis van dit stuk niet duidelijk. Evenmin is duidelijk of er naast genoemde kinderen nog kinderen in leven zijn en of de kinderen van overleden broers en zusters meedelen in de erfenis. Waren ze rijk? Uit de erfenis blijkt dat de onroerende goederen bestaan uit een drietal huizen en een stuk teulland. Wat de kwaliteit van deze huizen is kan hieruit niet worden opgemaakt. Ook niet of het hierbij een grote waarde betreft. In het tweede capitel blijkt er 27 guldens en 10 stuijvers in voorraad te zijn. (Wat kan je daarvan kopen?) Dit lijkt een grote som geld. (zeker als we met inflatie gaan rekenen) Er moest bij het overlijden van Helena van Dijk nog een huishuur worden ontvangen van Piet den Ouden van negen guldens. Hieruit kunnen we twee conclusies trekken. Een van de huizen onder 1 genoemd wordt niet door leden van de familie bewoond, maar door Piet den Ouden of Piet den Ouden woonde in bij Helena van Dijk. Daarnaast weten we dat nog negen gulden huur moet worden betaald. Over welke periode dit is, weten we helaas niet. (Hier hadden we een beeld kunnen krijgen van de inkomsten van Helena van Dijk.
Interessant gegeven, dat ik niet heb getoetst is dat op http://www.bossche-encyclopedie.nl/bronnen/schepenbank%20bokhoven/1810-1810.1.htm?p1=../_index.1.htm?title=Bronnen&t1=Bronnen&title=Schepenbank Bokhoven wordt aangegeven dat zowel Martinus als Hendrik bij het opmaken van de akte in 1806 ziek zijn. Martinus, die geen kinderen heeft, komt in december 1806 inderdaad te overlijden. Hendrik overleeft het ruimschoots.