August Veendrick (jr), vergeten Rietmolens oorlogsslachtoffer?
In 2025 publiceert Jan Willem ten Beitel op facebook een groot aantal verhalen over Rietmolen en de tweede wereldoorlog.
Zo zoekt hij contact met mij en Annemarie, om een aantal verhalen rond de familie Veendrick in de Tweede wereldoorlog te staven en te onderzoeken. Ik stel de materialen beschikbaar die ik inmiddels heb gevonden over de familie Veendrick in en kort na de oorlog. Ook Mark is betrokken, omdat hij al eerder zocht of hij iets over soldaat August Veendrick kon vinden.
Het leidt op begin mei 2025 tot de volgende publicatie op de facebook site van Rietmolen. (in twee delen)
August Veendrick, vergeten Rietmolens oorlogsslachtoffer?
De afgelopen weken hebben we gezien hoe de eerste dagen en weken na de bevrijding van Rietmolen verliepen. Snel daarna gaat men weer over tot de orde van de dag, voor de meeste parochianen betekent dat verder met het leven van hard werk op de boerderij. Maar er is één Rietmolens gezin dat een zoon op de boerderij mist, de familie Veendrick. Hun jongste zoon August is niet teruggekeerd uit militaire dienst. Wat is er met hem gebeurd?
De familie Veendrick vestigde zich in 1912 in Rietmolen, nadat vader August senior in 1911 erve Borgman kocht, ook wel ‘de Ravenhorst’ genoemd. August senior was op 14-8-1871 in het Duitse Süderwick geboren, op een boerderij amper een kilometer van de grens bij Dinxperlo, als zesde kind van Johann Veendrick en Hendrika Voermans. Hendrika overlijdt wanneer August enkele maanden oud is, waarna zijn vader hertrouwt met Johanna Tangelder. Later, als August senior een jaar of dertig is, komt hij naar boerderij De Elshof in Gaanderen op verzoek van een zus van zijn stiefmoeder. Hij trouwt daar met Hendrika Welling, die weer een nichtje is van zijn stiefmoeder en -tante, en samen runnen ze de boerderij. Ze krijgen in totaal twaalf kinderen, waarvan vier de volwassen leeftijd niet halen; drie overlijden als baby, een meisje overlijdt op elfjarige leeftijd.
Na de geboorte van het vijfde kind verandert de situatie van de familie Veendrick. Rond 1911 worden ze door de gemeente uitgekocht, omdat hun erf moet wijken voor woningbouw. Vervolgens kopen ze ‘de Ravenhorst’ in Rietmolen. In de Graafschapbode van 23 september 1911 lezen we dat in het ‘Koffiehuis van Kuppers’ de openbare aanbesteding van ‘Het bouwen van een Woonhuis’ zal plaatsvinden.
Op 5 januari 1912 verhuist het gezin Veendrick uiteindelijk naar de nieuwe woning in Rietmolen, ongeveer gelegen op de plek van de huidige Van Everdingenstraat 1, tegenover het voormalige bankgebouw. Daar worden de overige kinderen geboren. Van de acht kinderen zijn er zes meisjes en twee jongens. De oudste zoon, Johan, was al in 1905 in Gaanderen geboren, maar zijn jongere broertje komt op 4 november 1913 in Rietmolen ter wereld. Hij wordt vernoemd naar zijn vader: August. Voor dit verhaal noem ik hem August junior.
Decennialang wonen de Veendrickjes onbekommerd in Rietmolen. Net als het overgrote deel van de Rietmolenaren waren het landbouwers én rooms-katholieken. Dat de Tweede Wereldoorlog een drastische wending in hun leven zou betekenen, kon toen nog niemand bevroeden. Aan het begin van de oorlog is er dan ook nog niks aan de hand. Dat verandert plotsklaps als op het slagveld de Duitse kansen aan het keren zijn. Personele problemen zorgen ervoor dat de Duitsers ook buiten de eigen landsgrenzen militairen besluiten op te roepen. En zo ploft er eind 1941, begin 1942 ook bij de familie Veendrick een oproep voor militaire dienst op de mat. August junior moet zich melden. Hoe zit dat dan? Nou, dat komt omdat August senior Duitser was, hij was immers in Duitsland geboren. Dat hij inmiddels al langer in Nederland woont dan dat hij in Duitsland woonde, doet er niet toe. Hij heeft zich nooit tot Nederlander genaturaliseerd en is voor de Duitse autoriteiten dus nog gewoon Duitser. En zijn zoons feitelijk dus ook, als zogenoemde ‘Rijksduitsers’.
Johan kon in 1936 nog onder Duitse militaire dienst uit komen, door zich op ‘onmisbaar voor de boerderij’ te beroepen. Voor August junior gaat die vlieger niet op, hij moet. En heb je een keuze? Nee, feitelijk niet. Denk even terug aan aflevering 31, waarin we zagen dat Henk Terhorst uit Vragender, eveneens Rijksduitser vanwege een Duitse vader, onder een schuilnaam moest onderduiken bij de familie Reith, omdat hij zijn leven als dienstweigeraar niet zeker was. De keus is dus: óf dat, óf naar het front. August koos voor het laatste.
Wat we wel weten is dat hij vanaf januari 1942 in dienst was en uiteindelijk Obergefreiter bij de Luftwaffe werd. Een Obergefreiter is wat we in Nederland een korporaal zouden noemen, net twee stapjes boven de laagste rang van soldaat. Bij de Luftwaffe werkte hij voor de afdeling ‘Scheinwerfer’; schijnwerpers, ofwel zoeklichten. Die grote lampen die op de hemel gericht staan om vijandelijke toestellen op te sporen en aan te lichten, zodat ze kunnen worden neergehaald door luchtafweergeschut of jachtvliegtuigen. August heeft vermoedelijk een groot deel van zijn diensttijd in Finland doorgebracht. Wat August waarschijnlijk niet wist is dat zijn achternaam zelfs een Duitse militaire herkomst heeft. ‘Veendrick’ is namelijk afgeleid van het vroegnieuwhoogduitse ‘Fähndrich’, naar het vroegere gebruik dat de jongste officier het vaandel van de compagnie mocht dragen: de vaandeldrager. Tegenwoordig is een vaandrig de laagste officiersrang bij de landmacht, luchtmacht en de marechaussee en is bedoeld voor officieren in opleiding. Of August daadwerkelijk de vaandel van zijn compagnie mocht dragen, en dus ‘Fähndrich’ was, is niet bekend, maar wel een aardige gedachte.De aangifte van overlijden is belangrijk, want ondertussen is het vermogen van de familie Veendrick onder bewind van de Nederlandse Overheid komen te vallen, vanwege de Duitse nationaliteit. Daarover meer in de aflevering van volgende week. In 1952 wordt duidelijk dat een Duitse rechtbank in Schöneberg August een jaar eerder heeft doodverklaard en dat zijn sterfdatum met terugwerkende kracht is vastgesteld op 31-12-1945. Daarmee komt een einde aan jarenlang gesteggel, maar niet aan de onduidelijkheid. Want hij is wel doodverklaard, maar nooit gevonden. Vader August senior zou dit nieuws niet meer meekrijgen, want hij overleed in 1948.
Eind 1945 heeft de Rietmolense parochie een gedenksteen laten maken met daarop de namen van drie Rietmolense oorlogsslachtoffers, die hangt achterin de kerk. August junior staat daar niet op, hij was toen nog vermist. Bovendien is het de vraag of hij erop gezet zou zijn, aangezien hij voor de Duitsers vocht. Inmiddels zijn we daar wel overheen lijkt me, August is net zo goed als de andere drie een oorlogsslachtoffer. Althans, daar gaan we van uit. Want is hij eigenlijk wel door oorlogshandelingen om het leven gekomen. Zelfs dat weten we niet zeker. Kan hij net als Henk Terhorst zijn gedeserteerd en ondergedoken? En is hij op een andere manier om het leven gekomen? Onwaarschijnlijk, maar niet onmogelijk. We weten het niet.
Dank voor de samenwerking Jan Willem ten Beitel en Annemarie Weijland-ter Woorst, om deze verhalen tot stand te laten komen.
Rietmolen in de oorlog
Beheersinstituut beheerst jarenlang het leven van Veendrick en Ter Woorst
Vervolg Johan Veendrick na de oorlog
Vorige week hebben we gezien hoe de van oorsprong Duitse familie Veendrick na de oorlog enorme last krijgt van het Beheersinstituut, dat namens de Nederlandse overheid vermogen af probeert te pakken van ‘vijandelijke onderdanen’.
Als vader August senior in 1948 overlijdt, komt de afhandeling op de schouders van oudste zoon Johan te liggen, die de vijandverklaring tegen zijn vader postuum ongedaan probeert te maken, zodat hij en zijn zusjes recht hebben op de erfenis. We zagen al dat eind ’49 bleek dat August senior niet wordt ‘ontvijandelijkt’, de boerderij ‘De Ravenhorst’ blijft eigendom van de staat. Johan blijft slechts bewindvoerder, en is dan feitelijk nog steeds in dienst van de staat. In februari 1952 wordt pas duidelijk dat zijn broertje August junior is doodverklaard, na niet teruggekomen te zijn uit Duitse militaire dienst (zie aflevering 51). Dit lijkt de aanleiding te zijn voor het weer in gang schieten van de afhandeling van het ‘dossier Veendrick’ door het Beheersinstituut.
In maart dat jaar krijgen alle erfgenamen, Johan en zijn zes zussen, bericht dat de boedel verkocht zal worden en dat men voornemens is dit aan Johan Veendrick te doen. Hem wordt een aanbod gedaan om de boerderij met grond volgens een marktconform bedrag te kopen. Hier zien we dus duidelijk de werkwijze van het Beheersinstituut: eigendom afpakken om vervolgens marktconform te verkopen. Johan moet dus de eigen boerderij terugkopen van de staat. Logischerwijs kan hij dit niet betalen, waar had hij het geld vandaan moeten halen? Ten einde raad schrijft zijn vrouw Mina zelfs een brief aan Prins Bernhard in de hoop dat hij zich voor de zaak wil inzetten. Een antwoord van de prins zit niet in het dossier, dus het lijkt erop dat depoging tevergeefs is geweest. Ondertussen proberen ook anderen nog een graantje mee te pikken van het vermogen van Veendrick, blijkens een brief van de familie Wolters uit Groessen aan het Beheersinstituut uit oktober 1952: “Dat de arbeid die ik bij hem gedurende de evacuatie verrichtte, verrekend zou worden met de stalvergoeding. [...] want door mijn arbeid bij Veendrick, was ’t voor zijn zoon Johan mogelijk onder te duiken voor de dienstplicht, wat eigenlijk om zo te zeggen met geen geld betaald kan worden.” Dit gaat dus over een evacuée [zie over de evacuées in Rietmolen aflevering 29], die zeven jaar na de oorlog nog geld wil zien. Of hij dat ook daadwerkelijk heeft ontvangen is niet duidelijk.
Twee jaar later, op 19 februari 1954, ligt er een akte van levering van de boerderij aan Johan Veendrick. Hoe precies is onbekend, maar het is Johan dus gelukt om, bijna negen jaar na de vijandverklaring tegen hem en zijn familie, de boerderij weer in eigendom te krijgen. Johan zou hier met zijn vrouw blijven boeren tot de gemeente Neede hem in 1967 uitkoopt, om de grond gereed te maken voor woningbouw; het ontstaan van de straat ‘De Ravenhorst’, u wel bekend. Met het vrijgekomen geld bouwt Johan even verderop, op de kruising van de Sint Isidorushoeveweg met de Flipsweg een bungalow [Sint Isidorushoeveweg 3]. Ter herinnering aan hun voormalige boerderij verhuist hij de naam ‘De Ravenhorst’ mee. Die siert tot op de dag van vandaag de gevel.
Dat de hele kwestie een zware wissel trekt op het leven van Johan, blijkt uit een brief die hij op 22-10-1972 schrijft aan de Nederlandse staat, waarin hij vraagt om een ‘mentale schadevergoeding’. Het hoofd van de juridische dienst wordt ingeschakeld, maar die meent dat er ‘correct is gehandeld’, en verwijst hem naar de Duitse ambassade. Een gevalletje kastje naar de muur. Johan en Mina bleven kinderloos en verhuisden in 1980 naar een aanleunwoning van het Saalmerink, de Vincentstraat 151 in Haaksbergen. Na het overlijden van Johan in 1986, hij werd 80, ging Mina naar het Saalmerink waar ze in 1992 op 82-jarige leeftijd overleed.