Verdronken

Let op: opent in een nieuw venster PDF | Afdrukken |

De slachtoffers van de scheepsramp vertrokken in den vroegen, noodlottigen morgen van den 17 November 1837 met nog tien mans- en twee vrouwspersonen, met de gewone marktschuit uit het dorp Bokhoven naar 's-Hertogenbosch, ten einde aldaar hunne veldvruchten ter markt te brengen. Daar het weder zeer kalm was, kwamen zij zonder de minste verhindering de rivier de Maas en een gedeelte der Dieze door. Dan, ongeveer tien minuten voorbij bet dorp Engelen bij het zoogenaamde Booijekamps Reksken, omtrent negen uren, neigde het wat ruim geladene vaartuig met het overgrijpen der zeilen eenigzins naar de bakboordzijde over, waardoor de opperlast naar dezelfde zijde helde, het vaartuig door de openingen van het voor- en achteronder, in welke de vijftien eerstgenoemde personen zich bevonden, eene menigte water schepte door hetwelk zij allen, in weinige oogenblikken, werden verzwolgen en verdronken, uitgezonderd twee der vrouwelijke kunne welke door de onvermoeide pogingen van den onversaagden en kloeken jongeling Martinus van Mill, terwijl zijne eigene zuster verdronk, van uit het vooronder werden gered, en met de tien manspersonen die boven waren, bij het ]even werden behouden. (H.L. Tiele, Rouw - Tafereel, De Rooij 's-Hertogenbosch, 1837)

Uit het proces verbaal van de burgemeester van de gemeente Engelen over 17 november 1837 blijkt het volgende:

"een togenaar wonende binnen de gemeente zeide tegen mij: "Den aak van Bokhoven is omgevallen""

we lezen dat het ongeval plaats vond bij "den krommen veerkamp in de rivier de Dieze"
De marktaak van de gemeente Bokhoven op 's Bosch, vice en versa varende, gevoerd door schipper Cornelis van der Leeden en zijn knecht Christiaan Roskamp, omgevallen en gezonken was.

bidprentje overledenen scheepsramp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Dat echter de personen van Cornelis van der Leeden en Christiaan Roskamp, voornoemd, benevens Robertus van Mil, Martinus van Mil, Petrus Jan Deckers, Cornelis van Eijck, Jan van Cromvoirt, Adrianus Pullen, Lambertus den Ouden en Gerardus van den Oever gelukt was den wal te bereiken en zich gered te zien, daar ook Margaretha van Mil en Adriana Deckers met eigen levensgevaar en inspanning van alle zijn krachten door Martinus van Mil, voornoemd uit het voor onder van het vaartuig zijn boven getrokken en daarna met beiden behouden aan de wal gekomen"

 bidprentje Joanna van Well

Volgende personen zijn bij dit ongeval omgekomen:

1. Johanna van den Broek,
    41 jaar, dienstbode van Peter Mulders
2. Cornelius van Cromvoirt,
    ;58 jaar, echtgenoot van Anna Cogh
3. Maria Dekkers,
    26 jaar, echtgenote van Christianus van Geffen
4. Henrica van Eijck,
    21 jaar, dochter van Henricus van Eijck
5. Joanna Goedhart,
    43 jaar, echtgenote van Henricus Pullen
6. Maria de Kort,
    60 jaar, weduwe van Frans Lathouwers
7. Henrica de Leeuw,
    47 jaar, echtgenote van Adrianus Hanssen
8. Joanna Meulensteen,
    22 jaar, dochter van Henrica de Leeuw
    uit haar eerste huwelijk met Johannes Meulensteen
9. Agnes van Mil,
    18 jaar, dochter van Jan van Mil
10. Wilhelmina van den Oever,
     46 jaar, weduwe van Martinus Pijnenburg
11. Adriana Pullen,
     31 jaar, dochter van Jan Pullen
12. Maria Roeters,
     24 jaar, echtgenote van Robert Dekkers
13. Petronella Roskamp,
     25 jaar, dochter van Joseph Roskamp
14. Joanna van Vught,
     22 jaar, dienstbode van Adriaan van Beurden
15. Joanna van Well,
     54 jaar, echtgenote van Henricus Mulders

Het proces verbaal zegt hierover:
dat zij "reeds met den aak op eene diepte van circa drie ellen water gezonken waren."

Over de hulpverlening vervolgt het proces-verbaal:

"Hierop met alle hulp toegeschoten zijnde en waarin zich vooral hebben onderscheiden: Gerardus Tromp, schipper wonende te Leeuwen, provincie Gelderland, Arjan Waardenburg, schipper wonende te Lithooijen, Theodorus Hagelaar, Leendert Hagelaar, mandemakers wonende binnen deze gemeente, en is men dan ook geslaagd na verloop van ruim een uur veerteien der vernoemde drenkelingen uit het water op te halen, doch bij de welke reeds toen geene teeken van leven meer waren te bespeuren, zijnde de vijftiende persoon, Agnes van Mil door Adrianus Hoften, schipper wonende te 's Bosch, circa een half uur later opgevischt en waarbij ook geene de minste teekenen meer konde worden ontdekt van leven."

Als oorzaak voor het ongeval geeft de burgemeester aan:

"dat de omvalling van meergemeld vaartuig zwaar beladen zijnde, aan den overval der zeilen is toe te schrijven"

Volgens de schipper was het een fout geweest van de “toger”, de geleider van de paarden die het schip trokken. Toen de aak begon over te hellen, had de schipper geroepen dat hij de paarden moest aantrekken, maar in plaats daarvan gooide de toger de lijnen los, zodat het schip omsloeg.

Op dinsdag 21 november begonnen om acht uur ’s ochtends de klokken in Bokhoven te luiden, ten teken dat de vijftienvoudige begrafenis zou beginnen. Pastoor Van Roosmalen werd daarbij geassisteerd door de pastoors van Vlijmen en van Heeswijk. De overledenen kregen een collectief bidprentje, waarop allen vermeld stonden. In de toren van de kerk werd een gedenkteken opgericht.

De ramp moet een enorm gat in de gemeenschap hebben geslagen, wanneer we bedenken dat 15 van de ruim 200 inwoners omkomen. In de index en de parentelen zijn dus ook een aantal van deze omgekomenen te vinden.

Het gehele proces verbaal is getranscribeerd door Bertie Geerts en gepubliceerd in "Met gansen trou" jaargang 1999, bladzijdes 14 en 15. Met gansen trou is een uitgave van Heemkundekring Onsenoort

 

De koster kreeg heel wat lijkdiensten te verzorgen. "Men heeft", zo heeft pastoor Van Roosmalen opgetekend, "voor dezelve (de slachtoffers) gratis eene algemeene lijkdienst gedaan, en daar de naastbestaande met dezelve niet tevrede waren, maar wilden dat voor elk van hun eene afzonderlijke lijkdienst zoude geschieden, zoo heeft hetzelve plaats gelijk zij bestelde, en deze diensten, licht, enz. is betaald uit de gelden die van landswegen hun werden toegezonden. Ook heeft er een algemeen collecte plaats gehad door deze provincie en heeft met andere liefdegiften bedragen omtrent twee duizend gulden. Van deze gelden is het . . . steene (graf)kruis; een ijzeren bus betaald, die in traptoorntje geplaats is (om geld te verzamelen voor H. Missen voor de gestorvenen). Van de bovenstaande gelden hebben alle huisgezinnen van die ongelukkigen genoten, behalve Jan van Mil, die hieraan zich ontzegt heeft, en Robertus Dekkers, die slechts de gelden genoten heeft voor de uitvaart, doch hiervan deze gelden heeft een groot gedeelte van Bokhoven getrokken, voornamentlijk die groot gebrek hadden. Vervolgens kan men zeggen het geheele dorp