erfenis Cornelis en Neeltje

Let op: opent in een nieuw venster | Afdrukken |

In 1786 overlijdt Cornelis. In het voorjaar van 1789 overlijdt ook Neeltje Verhage.

Op 30 april 1789 worden Jan Abspoel, Abraham Verhaagen en Daniël Slitsbergen aangesteld als voogden voor de nog niet volwassen kinderen Teunis, Adriana, Cornelis en Jannetje Abspoel . Bovendien krijgen zij de tijd om de memorie op te stellen, wat zoveel wil zeggen als dat een eerste inventarisatie van bezittingen heeft plaatsgevonden, maar dat zij alle schulden en bezittingen moeten achterhalen.

Het testament spreekt van een groot aantal huizen die het bezit zijn geweest van het echtpaar. Het gaat in totaal om 20 huizen waar van enkele (4 voor de helft of een kwart eigendom waren).

Als huis en erf van Neeltje Verhage wordt beschreven:

"een huijs en erve op den Overwulftden Voldersgragt of Langebruggge omtrent de Zonneveldsteeg belend aan de eene zijde Francis Rodrigus en aan de andere zijde hooftlieden van t genoodschap kunst word door arbijt verkreegen"

De naam van de straat "overwulftden voldersgragt" geeft aan dat in het midden van de 18e eeuw de voldersgragt, toen een stinkende gracht is overwulft, overkapt. Hierdoor is als het ware een "lange brug" ontstaan (wel een straat lang namelijk). Sindsdien heet de straat Langebrugge.

Ik hoop binnenkort een goede kaart van voor de buskruitramp van 1807 te vinden, waarop de locatie goed te vinden is.

Het huis bestaat uit een groot aantal vertrekken:

Voorhuijs

Opkamertje

kamerke achter het voorhuijs

gang

Achterste kamertje

agterhuijs of keuken

Plaats

Voorkamer

Portaal

Agterkamer

Agterste kamer

zolder

poeijerkamer

Agtersolder

Vliering

 

Zeker in die tijd moet dit een vrij omvangrijk huis geweest zijn. Bovendien waren de inkomsten uit de 20 huizen ook niet gering. Alleen de verhuur leverde zo'n 300 gulden per jaar op.

In de memorie is geen sprake van beleningen of hypotheken. We moeten er daarom vanuit gaan dat dit inkomen de eerste jaren na het overlijden van Neeltje gehandhaafd kan worden. Wel moeten we opmerken dat de huizenprijzen begin 19e eeuw in elkaar gedonderd zijn. Bovendien zijn er diverse rapporten die aangeven dat de kwaliteit van de huizen door gebrek aan onderhoud in dezelfde periode achteruit holt.

Daarnaast lijkt het mij van belang om te realiseren dat in 1807 de buskruitramp in Leiden een fors deel van de stad heeft weggevaagd. De bezittingen van dit gezin moeten hiervan schade hebben ondervonden.